In this article we reflect on the evolution of ice-fishing practices at Mille Lacs. Social learning took place largely outside the sphere of government and spurred substantial technological and institutional innovation. The study elaborates on the way in which unique patterns of networks, informal institutions and social learning environments delineate options for social learning that are more likely to succeed, to lead to implementation. The history of social learning on lake Mille Lacs showed that new formal institutions are not necessarily the best sites for social learning, and that forms of innovation and modes of learning cannot be separated. Interdependence and shared goals, and flexibility in role distribution appear as success factors. The diversity of learning sites in a community should not be understood as a problem, as an obstacle to central steering and education by government: it enables the community to adapt and survive.

The article can be found on the website of Land Use Policy

IMG_4508

De Hamster (ook wel Korenwolf genoemd) is na de rechtszaken rondom het bedrijventerrein Avantis een icoon van de Europese Habitatrichtlijn geworden. Destijds was de soort bijna uitgestorven in Nederland, maar aanleiding van de aandacht rondom de rechtszaak is een actief soortbeschermingsplan opgezet en uitgevoerd. Inmiddels doet de Hamster het beduidend beter dan het bedrijventerrein. Net als op vele andere plaatsen in Nederland is in Heerlen duidelijk zichtbaar dat het aanbod van bedrijventerreinen vele malen groter is dan de vraag en dat de ontwikkeling ervan alleen mogelijk is geweest door de vele miljoenen belastinggeld die de overheid hierin heeft geïnvesteerd.  Daarbij helpt het niet dat het terrein is gelegen in de periferie van de economische ontwikkelingen. Een krachtig voorbeeld van economische en politieke overschatting.

Positiever is het verhaal van de Hamster. De soort is inmiddels op verschillende plekken in Zuid-Limburg te vinden. Dit succes is grotendeels te danken aan de toegenomen wetenschappelijke kennis over de soort en een gebiedscoördinator die in staat is gebleken een flinke groep agrariërs te interesseren om hun land om te vormen tot optimaal habitat voor de soort. Dankzij deze percelen, die zijn ingezaaid met tarwe, rogge, luzerne en andere gewassen, is niet alleen de Hamster in aantal toegenomen, maar hebben ook soorten als Grauwe Gors, Patrijs en andere zaadeters een aantrekkelijk biotoop erbij gekregen.

Uiteindelijk heeft de Habitatrichtlijn hier dus duidelijk een positief effect gehad, ondanks alle negatieve beeldvorming rondom de Hamster en de natuurbeschermingswet. Het blijft echter opletten. De populatie is klein en dus erg kwetsbaar. Ook in de omringende landen staat de Hamster op het punt van uitsterven. Gelukkig is er vooralsnog voldoende draagvlak onder de agrariërs om mee te werken aan het behouden van de Hamster; zij strijden elk jaar om de begeerde Korenwolf Wisseltrofee. Meer informatie over het project is te vinden op de website van de Korenwolf commissie: http://www.korenwolfwereld.nl/

Al met al een mooi voorbeeld hoe met goede kennis en een gebiedsgerichte aanpak de natuur in Nederland een kans kan krijgen.

Fraser's HillGoverning protected areas, like national parks, often entails dealing with competing claims. A wide variety of stakeholders, including park managers, governments, NGO’s, land owners and entrepreneurs is involved. Each of them with different and and often conflicting interest and ambitions. Drawing upon studies made in the past years on the Veluwe (The Netherlands) and the Danube Delta (Romania, Ukraine) and including experiences for elsewhere different governance arrangements that are used to deal with the multiple use of land were elobared. Particular attention was given to the way in which specific patterns of path -and interdependencies shape both the present situation and the reform options within a particular situation. The aim of the presentation was to show that succesfull governance arrangements depend on the specific context (cultural, political, economic, legal) of the area, to show how Evolutionary Governance Theory can help to get an sustained understanding of this context and that arrangements will only work temporarily and need to be adapted sooner a later. The later requiring a constant state of vigilance, flexibility and possibilities for (self) reflection.   

Presentation given for the University of Malaya Spatial-Environmental Governance for Sustainability Discourse Series on March 26  in Kuala Lumpur.

Based on a detailed reconstruction of the planning process of a controversial major building in the Dutch city of Groningen, we develop a theoretical and conceptual framework for studying object formation and stabilisation. We argue that the many forms of resistance against the object itself triggered a variety of counter-strategies of object formation. We make a distinction between sites, paths and techniques of object formation. To study object formation in more detail we distinguish three techniques: reification, solidification and codification. The techniques of object formation are accompanied by three techniques that produce a relative stability of the object, that increases its irreversibility, the likelihood of object survival: objectification, naturalisation and institutionalisation. We conclude that complete irreversibility is an illusion in governance and planning processes.

Martijn Duineveld, Kristof Van Assche and Raoul Beunen (2013) Making things irreversible. Object stabilization in urban planning and design. Geoforum. Online first: http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0016718512002722

This article contributes to the development of evolutionary governace theory (EGT). More information and articles can be found on the website governancetheory.com

P1130959

Ook in het komend jaar zal de belangstelling voor burgerinitiatieven verder toe nemen. We zien dat de  politieke en maatschappelijke wens voor een actievere rol en bijdrage van burgers op allerlei beleidsterreinen, wordt versterkt door de bezuinigingen die inmiddels in gang zijn gezet. Via het onderzoeksprogramma sociale innovatie in regionale planning worden initiatieven van overheden en burgers ondersteund met wetenschappelijke kennis over de wijze waarop ze invulling kunnen geven aan de verschuivende rollen en verantwoordelijkheden. In het artikel “Formal/Informal Dialectics and the Self-Transformation of Spatial Planning Systems: An Exploration” is een theoretische basis voor dit onderzoek uiteengezet. Gebruikmakend van inzichten uit de institutionele economie en ontwikkelingsstudies worden een aantal belangrijke aspecten van ruimtelijke planning uitgewerkt, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar de wijze waarop allerlei praktijken tot stand komen in de wisselwerking tussen formele en informele instituties.

Abstract

In this article, we present a perspective on the interaction between formal and informal institutions in spatial planning in which they transform each other continuously, in processes that can be described and analyzed as ongoing reinterpretations. The effects of configurations and dialectics are often ambiguous, only partially observable, different in different domains and at different times. By means of analyses of key concepts in planning theory and practice, this perspective is illustrated and developed. Finally, we analyze transformation options in planning systems, emphasizing the limits of formal institutions in transforming formal/informal configurations, and stressing the importance of judgment and conflict.

Het artikel is gepubliceerd in het tijdschrift Administration & Society

a previous version of this article can be downloaded here

Van Assche, K., R. Beunen & M. Duineveld (2013) Formal/Informal Dialectics and the Self-Transformation of Spatial Planning Systems: An Exploration. Administration & Society (online first)

This article contributes to the development of evolutionary governace theory (EGT). More information and articles can be found on the website governancetheory.com

Place brands can provide powerful concepts van visions to attract, engage and unite investors, entrepreneurs, NGO’s and citizens in regional governance and coordinate their actions in order to enhance the sustainable development of their area. The International Place Branding Yearbook 2012 provides further insights in applying brand and marketing strategies to the economic, social, political and cultural development of cities, towns and regions around the world to help them compete in global, national and local markets. This edition particularly focuses on sustainability, smart growth and place branding.

In our book chapter we develop a perspective on the potential synergy between smart growth and place branding that can be valuable in various context – in the US, the EU and communities elsewhere. We show that some of the obstacles that comprehensive planning encounters could be reduced by paying closer attention to how value can be affected by planning.

Van Assche, K., Lo, M., Beunen, R. (2012) A perspective on planning, smart growth and place branding. In: International Place Branding Yearbook 2012: Managing Smart Growth and Sustainability / Go, F.M, Govers, R., . – Houndmills, Basingstoke : Palgrave Macmillan, – p. 69 – 80.

Available via Google Books

IMG_9903

De stichting Dorp en Natuur is 45 jaar geleden opgericht om te voorkomen dat plannen voor grootschalige nieuwbouw de kernwaarden van Amerongen en Leersum (dorpskarakter, rust, ruimte en groen) zouden aantasten. Deze kernwaarden worden tegenwoordig niet meer zo zichtbaar bedreigd. Echter de sluipende aantasting van het uiterlijk van de dorpen en ommelanden wordt door de stichting nog wel als een risico gezien. Om zich actief in te kunnen zetten voor het behoud en de versterking van het landschap in en om Amerongen en Leersum wil de stichting graag weten wat de bewoners tegenwoordig als belangrijke kernwaarden zien. Ze vinden het daarom zinvol om met elkaar in gesprek te gaan over de mooie en lelijke plekken van Amerongen en Leersum en te discussiëren over de invloed van allerlei ontwikkelingen op het landschap.

Als eerste stap in dit proces is een fotowedstrijd georganiseerd waarbij gevraagd is om foto’s in te sturen van mooie en lelijke plekken. Dit leverde 109 foto’s op waaruit al een duidelijk beeld ontstond van de mooiste plekken in de omgeving en de potentiële bedreigingen. Deze foto’s laten zien welke plekken of objecten de bewoners mooi of lelijk vinden, maar ze vertellen niet altijd het verhaal daarachter. Juist de argumenten die ten grondslag liggen aan de toekenning van mooi of lelijk zijn voor de stichting van belang als ze in gesprek willen gaan met eigenaren, ondernemers en overheden.

In aanvulling op de fotowedstrijd is dan ook een discussie avond georganiseerd. Het belangrijkste doel hiervan was om de resultaten van de fotowedstrijd verder aan te vullen en inzicht te krijgen in de argumenten van verschillende bewoners. De uitdaging voor de organisatie was om de discussie los te krijgen van een persoonlijke opsomming van mooie en lelijke plekken en om juist inzicht te krijgen in de achterliggende redenen en de mate waarin die door de bewoners worden gedeeld. We hadden er daarom gekozen om de discussie in te leiden met een presentatie door de studenten landschapsarchitectuur Francis Schaefers en Anne van Schaijk. De discussies werden begeleid door studenten van de opleiding Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke Planning, die met hun expertise en kritische vragen de bewoners hielpen om telkens vanuit een ander perspectief naar het landschap te kijken.

Deze opzet werkte erg goed. Francis wist met zijn presentatie de bewoners vanuit hun beleving van het landschap te laten kijken door de ogen van een Landschapsarchitect. Zijn belangrijkste boodschap was dat de beleving van een bepaalde plek of een bepaald object mede afhangt van het samenspel van objecten en structuren in de omgeving en de openheid en geslotenheid die daarmee ontstaat. Dit verhaal werkte heel inspirerend en in de de daaropvolgende groepsdiscussies waren zichtlijnen en de wisselwerking tussen de open essen en het gesloten bos dan ook veel besproken thema’s. Erg leuk was ook om te zien dat de discussie zich niet alleen richtte op het landschap, maar ook op het belang van samenwerking en de dorpsgemeenschap als basis voor het gesprek met andere partijen. Het behouden van natuur en landschap betekent niet dat er geen ontwikkelingen maar plaats vinden. Nu de belangrijkste kernwaarden benoemd zijn is het de uitdaging die te vertalen naar een strategie waarmee op een juiste wijze geanticipeerd kan worden op nieuwe ontwikkelingen.

Nederland niet op slot door Natura 2000

Het nieuwe kabinet heeft in het regeerakkoord duidelijk gemaakt dat ze de ambitie heeft om de EHS in oorspronkelijke vorm te gaan realiseren. Ze nemen daarvoor wat extra tijd en bekijken gedurende het proces in hoeverre de ambitie ook financieel haalbaar is. Ten opzichte van het vorige kabinet is dit vooralsnog goed nieuws voor de natuur in Nederland. Tegelijkertijd kunnen we er niet om heen dat de uitvoer van het natuurbeleid voor een aantal belangrijke uitdagingen staat. De belangrijkste is misschien wel het herstellen van het vertrouwen dat partijen in elkaar hebben en het op gang brengen van een constructief gesprek. Bruggen bouwen dus.

De negatieve beeldvorming en de polarisatie die in de afgelopen jaren is ontstaan maken dat dit geen eenvoudige opgave zal zijn. De discussie rondom het vooralsnog niet aanleggen van een rondweg bij ’t Harde illustreert goed de gevoeligheid rondom natuurbescherming. Het is dan ook belangrijk om te leren van het verleden en om, gebruikmakend van allerlei studies die inzicht geven in de evolutie van het natuurbeleid en de daarmee samenhangende plannings- en besluitvormingspraktijken, na te denken over nieuwe concepten, strategieën en instrumenten. Via het onderzoek en het onderwijs zullen wij in ieder geval onze bijdrage gaan leveren.

Raoul Beunen, Kristof Van Assche and Martijn Duineveld

In this article we present the results of a study towards the reality effects of discourses affecting the implementation of Natura 2000 in the Netherlands. The Dutch case shows how fast deinstitutionalization of conservation policies can take place. Traditions of conservation are disrupted as an unintended consequence of international policy. This study shows that conservationists and others involved in nature conservation should pay more attention to the ways in which conservation needs and practices are represented and institutionalized, how these representations become embedded in more general narratives and how the new institutions are bound to be gamed and re-narrated themselves.

The article can be downloaded from the website of Land Use Policy

 

« Older entries