Was de PAS een goed instrument?

De heren verschillen van mening over de kwaliteit van het instrument. Dhr. Wassenberg geeft, in lijn met de Raad van State, aan dat het instrument in strijd was met de wet, terwijl dhr. Mackus vooral problemen ziet in de uitvoering. Hij geeft aan dat er bijna niets is gedaan aan de reductie van stikstofemmissies en dat het PAS daarom gefaald heeft. Hij suggereert dat de Raad van State het programma ook intact had kunnen laten met als opmerking dat er dan pas vergunningen kunnen worden verleend als de stikstofreductie is gerealiseerd.  

Hij gaat daarbij wel voorbij aan het feit dat de Raad van State heeft beoordeeld dat de maatregelen op basis waarvan die stikstofuitstoot reduceert zouden moeten worden geen enkele garanties geven op een daadwerkelijk reductie. En dat er zelfs al zouden alle maatregelen uitgevoerd worden en daadwerkelijk effectief zijn, er nog steeds geen enkele garantie zou zijn dat de kwaliteit van de natuur gewaarborgd zou zijn omdat het pakket aan maatregelen veel te gering is om de benodigde reductie te realiseren. Kortom er moet veel meer gebeuren om de stikstofdepositie te verminderen.

Het Programma Aanpak Stikstof wordt door de heer Wassenberg dan ook aangeduid als een ordinaire truc om de veehouderij te ontzien. Dhr. Mackus is het daar niet mee is en verwijst daarbij naar de verordening Veehouderij en Natura 2000 waarin wordt aangegeven dat het de intentie is dat voor intensive veehouderijen  de emissie per dierplaats met 85% daalt t.o.v. van het traditionele stalsysteem. Dit is een goed voorbeeld van de #PAS retoriek. Het betreft hier immers intenties, die deels pas in 2030 gerealiseerd hoeven te zijn en die intenties zeggen weinig over de daling van uitstoot op bedrijfsniveau. Grotere stallen met meer dieren kunnen per dierplaats wel minder uitstoten, maar qua totale uitstoot in de buurt komen van een traditioneel stalsysteem met minder dieren.

In tegenstelling tot wat de heren beweren is het dus niet op basis van het grote verschil tussen papier en werkelijkheid dat de Raad van State een streep door de PAS zette, maar op basis van het feit dat de PAS op papier in strijd was met de wet. De praktijk was nog veel problematischer voor de natuur. Gezien de geringe reductie die de PAS onder de meeste ideale omstandigheden had kunnen realiseren en het grote deel van die ruimte die al op voorhand werd weggeven via nieuwe vergunningen klopt de stelling dat het een truc was wel.

Oorzaken

Over de oorzaken van de grote stikstofdepositie zijn de heren het in grote lijnen eens: veehouderij, industrie, vliegtuigen en autoverkeer en dat wetende geven ze aan dat het in principe ook niet zo moeilijk is om de emissies te reduceren. Daarbij maakt dhr. Marcus de kanttekening dat het in een land als Nederland lastig is om voor natuur ideale omstandigheden te realiseren, mede vanwege de hoge achtergronddepositie. Voor een deel klopt dat, deels ook vanwege het feit dat natuurgebieden al te leiden hebben van alle stikstofdepositie uit het verleden die niet zomaar verdwijnt. Maar ook die achtergronddepositie kent te benoemen bronnen van uitstoot waar iets aan gedaan kan worden. Bovendien waren voor de uitspraak van de rechter die ideale omstandigheden ook niet het uitgangspunt. De toetsing van de rechter was gericht op het beoordelen of nieuwe activiteiten geen verdere verslechtering van de kwaliteit van habitats veroorzaken en niet leiden tot het aantasten van de natuurlijke kernmerken en of tot een onevenredige vertraging van het halen van de instandhoudingsdoelstellingen. Dat zijn dus zeker nog geen ideale omstandigheden. Het daadwerkelijk herstellen van natuur vraagt dus meer dan alleen het handhaven van de wet.

Dhr. Wassenberg geeft vervolgens aan dat bij veel gebieden de achtergrondespositie ook niet het grootste probleem is. Gegeven het feit dat ammoniak vanuit de veehouderijbedrijven vooral neerslaat in de directe omgeving van veehouderijbedrijven vormen die het grootste probleem voor natuurkwaliteit. Dit is al heel lang bekend, maar er is tot nog toe veel te weinig gedaan om dat probleem op te lossen. Dhr. Mackus gaat daar tegen in, maar met zijn opmerking over het meetpunt in Vredepeel slaat hij de plank finaal mis. Dat argument over het meetstation is bedacht door de twijfelbrigade die uit is op het creëren van verwarring en is dan ook duidelijk weerlegd door het RIVM[i]. Wat het meetpunt wel laat zien, en wat ook door dhr. Wassenberg wordt aangegeven in het gesprek, is dat de stikfstofdepositie met name een probleem is in gebieden met veel veehouderijbedrijven. In een gebied als de Peel, waar ontzettend veel bedrijven omheen staan, geeft dat dus grote problemen. Niet alleen voor de natuur, maar ook voor de volksgezondheid[ii],[iii] en de kwaliteit van drinkwater[iv].  

In reactie op de discussie over de kwaliteit van het meetsysteem geeft dhr. Wasserberg aan dat de natuur het meetsystem is. Die natuur en de vele onderzoek die zijn uitgevoerd naar de effecten van verzuring en vermesting laten zien dat er op heel veel plaatsen de veel te hoge stikstofdepositie grote negatieve gevolgen heeft voor soorten en hun leefgebied.

In de discussie over de noodzaak tot het inkrimpen van de veehouderij geeft dhr. Marcus terecht aan dat met het huidige beleid de grote bedrijven steeds groter worden en de kleine bedrijven verdwijnen. Dat klopt, maar dat is dus jarenlang bewust het beleid geweest van o.a. het CDA (de partij van dhr. Marcus). Dat maakt de krokodillentranen over de lieftallige landbouw wel een beetje cynisch. Bovendien kan juist de provincie daar zelf wat aan doen door veel terughoudender te zijn voor het geven van vergunningen voor grote bedrijven.


[i] https://www.rivm.nl/ammoniak/reactie-rivm-op-ammoniak-in-nederland-noordoostelijke-spelbreker

[ii] http://www.gezondheidenmilieu.be/nl/subthemas/stikstofoxiden-478.html

[iii] https://www.rivm.nl/veehouderij-en-gezondheid/onderzoek-veehouderij-en-gezondheid-omwonenden-vgo

[iv] https://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/05/mest-verpest-a1598294