Op donderdag 28 mei 2026 presenteerden Wösten Juridisch Advies en vereniging Leefmilieu in Nieuwspoort de studie ‘De Stikstofimpasse: verklaring en uitweg’ aan leden van de Tweede Kamer. In de studie is een aantal belangrijke oorzaken van de stikstofproblematiek onderzocht. Het concludeert dat de handel in dier- en fosfaatrechten de stikstofproblemen structureel in stand houdt en adviseert de Tweede Kamer en de ministeriële taskforce om deze handel te beëindigen.

In zijn onderzoeksessay zet Wösten de belangrijkste feiten op een rij en legt hij uit dat het stikstofprobleem op zichzelf vrij simpel is en dat de oplossingen vooral gezocht moeten worden in de veehouderijsector met als belangrijkste doel een forse vermindering van de productie van mest en de uitstoot van ammoniak. Daarvoor zullen verschillende strategieën en instrumenten in combinatie met elkaar moeten worden ingezet. Een van die instrumenten is de Meststoffenwet en specifiek het onderdeel dier- en fosfaatrechten. Dierrechten (voor het houden van varkens en kippen) zijn in 1998 geïntroduceerd om de uitstoot van fosfaat te begrenzen. De fosfaatrechten (voor melkvee) zijn in 2018 geïntroduceerd als tijdelijke regeling om een “duurzame balans tussen de productie van dierlijke mest en de beschikbare afzetruimte (zowel binnen als buiten de Nederlandse landbouw), zo spoedig mogelijk te bereiken[i]”. Destijds was het de stellige verwachting van Minister Schouten “dat 1 januari 2028 is aan te merken als einddatum van deze rechten”. Deze ingreep was nodig omdat na het vervallen van het melkquotum het aantal koeien – en de daarmee samenhangende problemen – snel toenamen.

De dier- en fosfaatrechten creëren enerzijds een plafond waardoor het aantal melkkoeien, varkens en kippen in principe niet kan toenemen, maar tegelijkertijd functioneren de rechten ook als een ondergrens die de omvang van de veestapel in stand houdt. Hoewel vele veehouderijbedrijven zijn gestopt, is het aantal dieren maar beperkt afgenomen. Het zijn vooral uitkoopregelingen die voor een afname hebben gezorgd. Als gevolg van de toegekende echten is uitkoop van bedrijven bovendien duurder geworden omdat de rechten een financiële waarde zijn gaan vertegenwoordigen. Bij de huidige extensiveringsregeling betaalt de overheid bijvoorbeeld  €110 per fosfaatrecht. Deze regeling is ideaal voor bedrijven die dieren weg moeten doen vanwege hun mestoverschot, maar een dure maatregel voor de overheid. Zeker omdat de overheid ook de mogelijkheid heeft om zonder vergoeding te korten op deze rechten.

In zijn analyse beargumenteert Wösten dat de overheid met het verhandelbaar maken van de rechten de zeggenschap uit handen heeft gegeven waardoor het instrument van de Meststoffenwet bot is geworden. Hij schrijft dan ook dat “Gesteld moet worden dat de rechtenhandel bijdraagt aan de instandhouding van de problemen en de impasse waarin we momenteel verkeren”. Het systeem heeft niet geholpen om de productie van mest substantieel te verminderen. Doordat de mestproductie onvoldoende is afgenomen en de derogatie is vervallen, is er in 2026 nog steeds een flinke onbalans tussen de hoeveelheid mest die wordt geproduceerd en de hoeveelheid mest die kan worden afgezet.

Vanuit die logica stelt Wösten voor om de Mestwet zo aan te passen dat de rechten niet meer verhandelbaar zijn. Dit heeft voor bestaande bedrijven geen gevolgen, maar als deze bedrijven stoppen, kunnen de rechten worden doorgestreept. Op die manier neemt het totaal aantal dieren (en daarmee de uitstoot van ammoniak) in Nederland af. Vooral in regio’s met bedrijven van mensen die in de komende jaren met pensioen gaan, kan dit significant bijdragen aan de vermindering van de stikstofdepositie. Belangrijker is echter dat de barrière-werking die de rechtenhandel nu creërt, hiermee wordt weggenomen waardoor ander beleid gemakkelijker en goedkoper is uit te voeren.

Alternatieven voor het voorstel van Wösten zijn een generieke korting op dier- en fosfaatrechten[ii]. Een dergelijke korting is bijvoorbeeld ingezet nadat de veestapel na het afschaffen van het melkquotum weer gegroeid was[iii]. Het kan ook nu weer ingezet worden om de balans tussen de hoeveelheid mest die wordt geproduceerd en de hoeveelheid mest die kan worden afgezet weer te herstellen. Een ander alternatief is het afromen van productierechten bij transacties. Die maatregel is echter weinig effectief omdat er niet zoveel transacties zijn, het afromen slechts bij een deel van de transacties wordt toegepast[iv] én omdat ook dan slechts een klein deel van de rechten verdwijnt.

In die zin is het stoppen met handel in dier- en fosfaatrechten dan ook een interessant voorstel.

Het onderzoeksessay is samen met de website stikstofwoordenboek gepresenteerd. Het essay werd overhandigd aan de aanwezige kamerleden en uitgedeeld onder de aanwezigen. Het is te lezen en te downloaden via de website van de Vereniging Leefmilieu: https://leefmilieu.nl/sites/www.leefmilieu.nl/files/imported/pdf_s/2026-05-29_Wosten_De%20Stikstofimpasse%20verklaring%20en%20uitweg.pdf


[i] https://vlb.nl/wp-content/uploads/2018/01/1b-Brief-van-de-Minister-van-LNV-aan-de-Tweede-Kamer.20dec2017.pdf

[ii] https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2025/03/21/experts-generieke-korting-op-fosfaat-en-dierrechten-beste-stikstofaanpak

[iii] https://fosfaatrecht.nu/generieke-korting-fosfaatrechten/

[iv] https://www.pbl.nl/system/files/document/2024-12/pbl-2025-effecten-wijzigingen-meststoffenwet-5800.pdf